Genaaid…

Gewoon, ge-naaid!!
Niks geen “Néé!” gezegd! Neuh, er gewoon zélf instinken!
Erger: heb me láten naaien!!! Sukkel die ik ben!!
— sukkel is sinds kort mijn geliefde uitdrukking in geval van een buitengewoon onnozel, stom, onverantwoord, aso, onnadenkend tot botweg diepdom persoon. Genderneutraal (voor zover ik weet, maar wie weet dat nog tegenwoordig…) en dus uitermate bruikbaar in mijn dagelijkse vocabulaire —
Buitengewoon onnozel geloofde ik de man op zijn blauwe ogen en slikte wat hij zei voor zoete koek. Kom hem overigens bijna dagelijks tegen!!

Walg van ‘m en waar hij voor staat!

Ok, bovenstaande behoeft uitleg. Probeer een beetje bewust te leven. Voor onszelf en voor de wereld om ons heen. Hap zoveel mogelijk biologisch, maak soep of omelet van restgroentes, heb een laissez faire tuin waar gevleugeld, lopend en kruipend gedierte van geniet, kan me mijn laatste vliegreis nauwelijks herinneren en word me bewuster van wat ik ‘draag’ aan plastics of bestrijdingsmiddelen. Reeds jaren koop ik 5 of 10 liter afwasmiddel, allesreiniger en wasmiddel van Sonett om eindeloos dezelfde flesjes te vullen met milieuvriendelijk product.
Onlangs zelfs voorraadjes voor de camping gemaakt. Niet teveel; vakantie moet niet ontaarden in nodeloos gepoets.

Blijk toch de afwasactiviteiten aldaar te hebben onderschat; afwasmiddel op. Sonett is niet overal te koop dus google ik een goed alternatief bij de supermarkt.
Ineens herinner ik me “Hallo, ik ben Marcel, van Marcel’s Green Soap!” van tv. De commercial waar het belang van een ‘schone’ wereld vanaf druipt.
In het woud van producten zoek ik een ‘geurtje’ (100% etherische olie natuurlijk) wat me aanstaat. Y brengt het gevraagde mee… blijkt het állesreiniger te zijn, ongeschikt voor de afwas.
Ach, af en toe valt hier ook wat te reinigen (voor de liefhebber), dus Marcel mag blijven.

Zit op de plee en bij gebrek aan een boek/wordfeud of sudoku, pak ik Marcel’s fles van 100% gerecycled plastic.
“100% vegan feel-good-cleaning” staat er boven een beestje (iets bedreigds waarschijnlijk) met een bloem in z’n bek. Een dergelijke feel-good overkill had me moeten waarschuwen!
Maar ik geloofde Marcel op z’n blauwe ogen, dus bekijk ik de achterkant.
Oooo My God!! Tijdens het gebruik van deze 100% vegan-feel-good-cleaning moet je OOGBESCHERMING dragen!! En na het werk met dit middel, dien je je handen grondig te wassen!!
Pfffff! Als eczeem-lijer vanaf m’n geboorte zo ongeveer, is Marcel per direct&forever NO-GO!

Voor huis en haard blijf ik bij Sonett.
En voor m’n eigen lijf en leden geloof ik Nella op haar bruine ogen!
In haar webwinkeltje ‘Bij Nella om zeep’ vind ik écht natuurlijke producten waar mijn huid blij van wordt! Feestje om te shoppen en een waar cadeautje als ik het uitpak!

Sinds kort een eigen ‘Nella’s’ lijn aan het opzetten; handgemaakte producten met klinkende namen als Boswijven haarzeep, Smeerpot of Smeerpijp…
Tuurlijk koop je dat! Boswijf in je haar en Smeerpot op je lijf! Das gelijk ook de trigger; hebbeuh, uitproberen, lekkerlekker, hebbeuh! En ben je uitgeshopt voor jezelf, maak je je hond blij met Poedel-, of je paard met Pippazeep!

Om tot slot m’n eigenste Y te verwennen met Baardolie!!!

Ik wíst het, kan nog steeds op m’n gevoel vertrouwen zonder genaaid te worden; als ik maar luister…

Jeanette

Volg en deel deze blog naar hart-en-lust
Via onderstaande links of op faceboook

Dan moet de ochtend nog beginnen…

Nieuwe gluten-vrije crackers proberen. Van buiten ziet alles er veelbelovend uit. Studeer (te) lang hoe het doosje open moet! Geperforeerde breuklijnen leiden naar niks, bovendien blijken insteekgleufjes het openmaken niet te overleven.
Eenmaal de verpakking eraf gerukt, blijft er een geseald geval over waarin ik de crackers vermoed. Workout om dit open te wurmen zonder te veel schade.

Daar zitten dan de crackers, stijf in de verpakking geperst.
Om de eerste eruit te krijgen, moet je drie omhoog trekken, waarvan er altijd minstens eentje afbreekt. Die kapotte kan ook niet terug, dus gedoemd twee of drie te eten.
Uiterlijk: hard, krom en een vaag kleurtje. Oogt eerder als therapeutische knaagkoek voor konijnen met te lange tanden.
In de overtuiging ‘gezond’ en zonder gluten te produceren, is voor het gemak de smaak vergeten; ze zijn werkelijk niet te vreten.

Hond lust ze ook niet en ik heb geen konijnen.

echt om op te eten…

In de hectiek van de ochtend, weet ik niet meer of het water in de ketel al kookte toen ik het gas uitdraaide.
— jaartje ouder, maar ik voorkom in ieder geval droog gekookte ketels en/of verwoestende explosies… —
Kom er pas achter als ik thee inschenk, die lauw is en verdacht slap oogt.
Proef… klap in m’n gezicht: te slappe earl grey gemaakt van ongekookt water. Zelfs braaf nog even laten trekken!
Had op mijn ogen moeten vertrouwen toen ik zag dat er iets niet klopte, maar de ware tea-addict in mij snakt naar dat eerste slokje!
Als oertheeleut is het een ding, dat mislukte eerste bakje!

Gewoon FOUT begin van de dag!!

Bij gebrek aan alternatief besmeer ik m’n getver-crackertjes licht met boter. Buitengewoon moment als ik een lepeltje home-made vijgenjam van de eerste batch over het sneue ondergrondje uitsmeer. Het geeft een gevoel van spijt; de jam verdient beter! Ben ook trots op een jammetje uit eigen tuin!
— bleek een felle strijd, wie als eerste bij de rijpste vijg was! De merels hebben ontdekt dat vijgen superfood is en zijn uiterst kritisch over het beste moment van consumeren. En já, dat is precies wanneer ík ze ook wil!! Terwijl ik pluk staren tal van mereloogjes mij verwijtend aan!! —

Heb m’n jam nog niet geproefd, dus lik ik de jamlepel af


Laat ik zeggen dat ik in mijn overtuiging gezond te produceren, dus met zo min mogelijk suiker, érgens in het proces de smaak enigszins ben kwijtgeraakt.
Ondanks de steranijs, geraspte gember, citroen- en sinaasappelsap en zo min mogelijk biologische (!) geleisuiker proef je nog nét dat het toch echt vijgenjam betreft. Had zelfs in mijn enthousiasme deze en gene al een potje yummie vijgenjam beloofd. (niet getreurd hoor, er hangt nog genoeg te rijpen voor de herkansing!)
De ‘geleiproef’ is het enige in de receptuur wat werkelijk perfect gelukt is…

voortvarend bestickerd

Pfff, en dan moet mijn dag nog beginnen…

Jeanette

Volg en deel deze blog naar hart-en-lust
Via onderstaande links of op faceboook

Zomerschema

Al jaren hanteer ik zomers het ‘zomerschema’ en plaats ik in plaats van wekelijks, elke twee weken een blog. En, hoewel velen de zomer nu al als herfst bestempelen, loopt mijn zomer(schema) in september nog even door!
Bovendien vandaag twee tijdrovende ‘projectjes’ die geen uitstel dulden!!

Vijf giga bossen basilicum staan klaar om mijn pesto
tot de allerlekkerste te maken en…
Jat ik een paar kilo rijpe vijgen van de merels,
vlinders en wespen om vijgenjam
en kaasdip van te maken

Tot volgende week,
Jeanette

Zeil’maatjes’ 1

“Zullen we weer eens gaan varen?”
Elk jaar komt het wel een keer ter sprake als we, licht ongeduldig op het stuur trommelend, voor de honderste keer voor een brug staan te wachten.
Zodra de bootjes rustig tuffend zijn gepasseerd, racen we in volle vaart door naar waar we op weg zijn.
Varen heeft iets rustgevends. Het tempo is meestal laag genoeg om de omgeving te genieten en ik waan me steeds opnieuw in onbekende streken. Vanaf het water ziet alles er anders uit.

Heel wat zomers een zeilboot gehuurd. Wel eentje waarop je naast zeilen ook kon koken, chillen en slapen. En mét een echte plee (onderwatertoilet…), zodat je je even discreet terug kon trekken in plaats van op een emmer tronen, met je kont ongemakkelijk buitenboord hangen of hurken in het te kleine bosje aan de wal, wat door velen met hetzelfde doel was bezocht.

Natuurlijk had zo’n zeilboot een motor (voor makkelijk ‘inparkeren’ en windstilte) maar op het moment dat die uitging en je alleen op de wind over het water gleed, begon het pure genieten.

Onze eerste zeilvakantie samen had zo z’n momenten.
Momenten waarin we elkaar soms niet helemaal (of helemaal niet) begrepen.
Ik kon niet zeilen — 24/7 paardenmeisje, dus nautisch onbenul — en had Y plechtig beloofd om zonder discussie zijn commando’s op te volgen
(…só not me…)

Zonder noemenswaardige problemen, varen we het haventje van de verhuurder uit. Geniet mijn ‘I’m flying’ (Kate zonder Leonardo) momentje op de boeg. Héérlijk!
Al snel komt de zelfbedieningsbrug in beeld; de eerste proeve van bekwaamheid voor ons als pril zeilduo.
Ik moet er af, de brug bedienen (slagbomen laten zakken, brug omhoog draaien, boot doorlaten, brug laten zakken en slagbomen open) en aan de andere kant weer aan boord klimmen. Sta te stralen op de boeg, in afwachting van de eerste commando’s.

“Spring!”, klinkt het dwingend, nadat Y de boot langs de wal heeft gestuurd. Ik schat mijn afstand tot de vaste wal; zeker drie meter! Bovendien sta ik achter de reling. Worstel mezelf er lichtelijk nerveus overheen, maar nu springen betekent zeker dat ik tussen wal en schip beland.
“Spríng dan!!”, brult Y.
“Spring zélf!”, bijt ik woedend terug, daarmee de hiërarchie aan boord volledig onderuithalend.
Nijdig draait Y de boot voor een herkansing. Ik loop naar het midden en stap via het gangboord zo op de wal.
“Kun je niet zéggen dat ik hier moet staan om af te stappen??”
“Dat snapt toch elke os?” antwoordt hij. De toon is gezet… nu al.

Brugbediening is niet mijn dagelijkse bezigheid, dus wacht ik totdat er in geen velden of wegen een fiets of auto te bekennen is, voordat ik begin te stuntelen met onbekende en ouderwetse technieken.
Zelfs hier hoor ik Y knarsetanden!
Alleen de rode knipperlichten gaan elektrisch; aan de slagbomen moet je hangen (dus wél eerst die aan de overkant…) en de brug zelf draai je met een groot rad open en dicht.
Uiteindelijk staan er toch mensen te wachten. Een jonge man springt uit zijn auto en neemt mijn karwei over.
“Galante ridders bestáán!” mime ik naar Y terwijl hij door de brug vaart.

Aan de andere kant van de brug stap ik weer aan boord. In gedachten zet ik de (nu al talrijke) onderwerpen voor de borrel op een rijtje.
Om de sfeer aan boord optimaal te houden, hebben we afgesproken om de (namiddag)borrel als dagelijkse moment van evaluatie te gebruiken.
Voorzie rijkelijk gebruik van ‘verzachtende middelen’…

Jeanette

Volg en deel deze blog naar hart-en-lust
Via onderstaande links of op faceboook

Pletteplatgeplet…

We schrijven juli 2021, naweeën van en nieuwe twijfels over het ‘leven met corona’ blijven actueel. Een brief met een oproep voor het bevolkingsonderzoek borstkanker, bevestigt de achterstand die overal in de gezondheidszorg optreedt. De geplande interval van twee jaar is momenteel niet haalbaar en het zal lange tijd duren voordat alles weer op regel is.
Ik plan mijn afspraak digitaal.

Aangekomen bij de ‘tietenbus’ snap ik dat hier de regels helemaal moeilijk te hanteren zijn.
Het voordeel van een mobiel röntgenapparaat strookt allerminst met afstand houden om besmetting te voorkomen.
Ik word door de ontvangstruimte geloodst, gelijk het wachthokje in. Met het verzoek de deur op slot te doen, bovenlichaam te ontbloten en te wachten tot ik word opgehaald, blijf ik achter in het enigszins benauwde hok.
Kleed me snel uit; time is money.

Halfnaakt sta ik een beetje te wachten. Vreemd genoeg voelt het altijd ongemakkelijk. Ben alleen, maar de deur kan ieder moment opengaan. En hoe wil ik dan worden aangetroffen?
Armen langs m’n lijf staat slungelig.
Armen over elkaar, de ‘gesloten houding’. Redelijk veilig, maar alleen mogelijk met m’n armen ónder mijn borsten, waardoor die fier en pront (dan wel…) worden samengedrukt en brutaal de wereld inkijken. Geen optie dus.
Armen op m’n rug heeft iets militaristisch en daarvoor is mijn outfit te bloot.
Kies voor slungelig en lees de A4tjes aan de wand om de tijd te doden.

Er hangt een flyer waarin wordt gevraagd beleefd te zijn in contact met anderen.
Niet te schreeuwen of te schelden en geen fysiek geweld te gebruiken.
— toen ik het las vond ik het logisch… —
Door de speaker in het plafond klinkt muziek. Knetterhard voor zo’n kleine ruimte. Kan dus niet horen of ik bijna aan de beurt ben en ook niet of anderen hun fatsoen houden en niet schreeuwen of slaan.
De tietenbus is namelijk niet fijn. Nuttig, dat wel, maar niet fijn. En hoewel de meeste lichamelijke onderzoeken op z’n minst niet heel plezierig zijn, staat dit borstonderzoek voor mij hoog genoteerd in de lijst van ‘onplezierige onderzoeken’.

Plots gaat de deur open en mag ik binnenkomen. Onmiddellijk herken ik weer het apparaat waarin ik straks word ‘vastgezet’!
“Gaat u daar maar staan en legt u uw linkerborst maar op deze plaat! Probeer zoveel mogelijk te ontspannen en geef mee wanneer ik u in de juiste houding zet!”
Ze pakt mijn linkerborst en schuift die resoluut maar voorzichtig wat verder op de plaat.
— op dat moment verlies ik het ‘contact’ met mijn linkerborst; wellicht om mijn empathie te blokkeren —
Langzaam zakt ‘de pers’ (een doorzichtige plaat die mijn borst plet tot fotogeniek) naar beneden.
Nog niet volledig, maar al wel vasthoudend.

Herkenbaar uit voorgaande keren, zit een huidplooi die niet op de foto moet, samen met mijn linkerborst in de pers. Geen nood. Vakkundig stroopt de mammolaborant mijn middenrifrolletje naar beneden. “Druk de zijkant uw gezicht tegen deze plaat en kijk naar boven!” Ik sta al in een schier onmogelijke positie, maar gehoorzaam zonder discussie. Langzaam zakt de pers automatisch verder en plet mijn borst bijna tot uitgesmeerde vorm.
“Nee, het zit niet goed!”, krijg ik te horen en de pers gaat omhoog. Ik zucht van opluchting, maar dat is van korte duur! Ze gaat tegenover me staan en pakt met twee (!) handen mijn linkerborst beet om die vervolgens zover mogelijk naar voren te trekken over de plaat. Onwillekeurig ga ik op m’n tenen staan; er is niets meer wat nog natuurlijk voelt, dus mijn meegaande houding is ver te zoeken.

“Beide voeten plat op de grond graag!” en weer zakt de pers naar beneden. Net als ik denk dat plat niet platter kán, draait mijn kwelgeest de pers handmatig nog een slag vaster!! In stilte roep ik tal van goden aan in de hoop dat hun toorn zal neerdalen om deze kwelling te beëindigen.
Mijn gebeden worden niet verhoord, integendeel. Pas na de víerde keer trekken, drukken, pletten, hangen en wurgen wordt de foto gemaakt.
Inmiddels gutst het zweet van mijn gezicht en na elke mislukking neem ik me voor dat dit de laatste poging wordt voordat ik met ferme woorden mijn grens aangeef: “Stop!! Het is wel goed zo! Opzouten met die pers! Ik vertrek!!”
Ineens begrijp ik de tekst op de flyer; heb onbedwingbare behoefte om de mammolaborant tot smeerbare vorm te pletten!!
Gelukkig gaat rechts in één keer goed. Of heeft ze de moed opgegeven om überhaupt nog een perfect plaatje te kunnen maken??

Was (voor het gemak) vergeten dat er ook nog foto’s van de zijkant moeten worden gemaakt!
Maar, inmiddels volkomen murv, hang ik gedwee in alle bochten mee;

alle hoop gevestigd op tietenbus-vrij voor een jaartje of twee!

Jeanette

Volg en deel deze blog naar hart-en-lust
Via onderstaande links of op faceboook

Bij-blijven

Allereerst wil ik stilstaan bij alle mensen en dieren die worden getroffen door de verwoestende kracht van watermassa’s in Zuid-Nederland, delen van Duitsland en België.
Het zijn bijna surrealistische beelden, zoals je die soms ziet in ver-van-je-bed landen.
Vanaf mijn ‘droge-voeten-plek’ in het noorden volg ik de totale ontreddering van getroffenen, maar ook de kracht van ál die helpende handen die worden uitgestoken vanuit het hele land.

*** *** *** *** *** *** *** *** *** *** *** *** ***

Ok, een laissez faire tuin is niet alleen maar plezier.
Er komt een moment dat je spijt voelt over het te ver ‘laissez fairen’ van wat groeit en bloeit.
De aanpak werd dan ook stevig en rigoureus.
Er kwam een man in vol beschermend ornaat met helm, masker én een hele grote bosmaaier. Hij heeft de tuinpaden en terras begaanbaar gemaakt…
Dat betekent dat er ook groeisels sneuvelen die ik koester.
Ben even gaan fietsen…

Naast het spoor van vernielingen wat zo’n bosmaaier achterlaat, is de omgeving bedekt met afgehakte plantenonderdelen.
Ook het houten trapje naar de tuin ziet groen van ellende.
Dát vereist als eerste een grondige aanpak; bij regen worden met groene smurrie bedekte, houten treden een soort lanceerplatformpjes, die weer desastreuze gevolgen kunnen hebben voor mijn fysiek!!
Dus ga ik het trapje met een (uiteraard natuurlijk) sopje te lijf.

Al snel word ik omringd door verontruste bijen!
Reden van de opwinding word me al snel duidelijk, want onder het trapje zit een opening waarin de bijen verdwijnen en even later weer tevoorschijn komen.
Ben geen bijen-deskundige, maar ik vermoed een bijennest.

Beschaamd over het (opnieuw) verstoren van de bijen-rust, spoel ik snel het trapje met water en laat ze met rust.
Al snel worden de aan- en afvoerroutes weer volop gebruikt.

Rondom en in het houthok ligt ook genoeg maaisel (prima meststofjes voor de borders) en de afstand tot het bijen-gebeuren is groot genoeg.
Gewapend met een flinke bezem haal ik eerst de hokken leeg. Ben nog geen 5 minuten bezig of een aanhoudend gegons kondigt opnieuw aan dat ik ‘fout’ bezig ben! Talloze hommels kijken me hoofdschuddend aan, terwijl ze venijnig zoemend om mijn hoofd vliegen.
“Shit, shit, shit, wat heb ik nu weer gedaan??” Meerdere hommels storten zich op de bult maaisel, die ik net bijeengeveegd heb.
Even ben ik bang dat ik een compleet hommelnest overhoop heb gehaald. Maar het blijkt ‘slechts’ bescherming van de ingang naar het nest, wat onder de planken vloer van het houthok lijkt te zitten.

Ik probeer de barricades te herstellen. Gebruik een grote bloempotscherf om de ‘ingang’ vrij te houden en drapeer het maaisel eromheen. Realiseer me dat ik als mens volledig tekort schiet in het nabootsen van de natuur, maar de bedoeling is goed.

Samen met ChéChé (die opnieuw les krijgt in het met rust laten van hommels, oftewel hommelles), ga ik op een afstandje zitten kijken of mijn bouwsels worden goedgekeurd. Hommels zijn niet haatdragend; ze rommelen een beetje door mijn povere verdedigingslinie, maar hervatten al snel de aanvoer van voedsel naar het nest. Sommige met dikke stuifmeelklompjes aan hun achterpoten!

Ik ‘laissez faire’ de volkjes; hoop op herstel van rust en evenwicht!

Jeanette

PS, voor ik (terecht) kritische reacties krijg van bijen-kenners; nader onderzoek naar het leven van bijen en hommels (aan te raden!) op internet leert mij dat de ‘bijen’ onder het trapje waarschijnlijk ook hommels zijn, aangezien wilde bijen solitair leven.
Om de verwarring compleet te maken: hommels zijn óók bijen!!!  

Dan nog dit: volgende week geen blog!

Vertrek…

Vorige week opnieuw gedwarsboomd door mijn digibetisme!
Na uren geknutsel en gestuntel, was het eindresultaat een onherstelbare verminking van de eerste opzet en mijn humeur op dieptepunt.
Afgelopen week in alle rust (met hulp van geduldige digikanjer) in de herkansing:

Volg en deel deze blog naar hart-en-lust
Via onderstaande links of op faceboook

On(der)gedierte

Let wel: mijn blog lezen is als altijd een vrije beslissing…

Hondenbaasjes buigen zich al sinds jaar en dag over de vraag:
“Hoe houd ik mijn hond tekenvrij?”
Van chemische bestrijdingsmiddelen tot puur natuur en kralenkettingen; alles wordt getest en tips gedeeld. Voor en tegens afgewogen en gewisseld van aanpak, vaak naargelang inzichten en trends.

Na een nare ervaring met (klakkeloos) inzetten van gifdruppies jaren geleden, ga ik voor natuurlijk (wat trouwens niet per definitie níet giftig is!)
Sindsdien heb ik voldoende baat bij Melanflon spot-on druppels van Anibio, die ik nu ook bij Ché wekelijks aanbreng op z’n huid.
En, baat het niet dan schaadt het zeker niet, nu ook een trendy kralenketting in blue! Moet zeggen dat deze combi uitstekend werkt.
Tot zover teken-aanpak hond.

Sta te douchen en voel afwijkend bobbeltje in mijn lies: teek!!
— alle ongedierte wat ik niet met één handveeg weg kan slaan, veroorzaakt bij mij een licht gevoel van walgende paniek; teken hebben de neiging zich stevig in de huid te verankeren… —
Min of meer koelbloedig pak ik de ‘tekenplukker’ (voor de hond, dus ook prima voor menselijk gebruik) en ga enigszins onhandig de teek te lijf.

Het iets(!) aan tevelen bemoeilijkt het zicht en water en doucheschuim maken de exercitie gedoemd te mislukken.
Droog en iets rustiger gaat het beter. Houd de plek nog een tijdje in de gaten, maar er volgt geen reactie op de tekenbeet.

Maar de toon is gezet. En het (al dan niet op waarheid berustende) hardnekkige gerucht, dat teken zich het liefst nestelen in warme huidplooien, doet de rest.
Bij ieder kriebelig gevoel bedenk ik me, hoe een teek zich een weg baant naar mijn warmere streken!!!
Als Y dan ook nog aankondigt een teek te vermoeden iets rechts van het midden op z’n kont (die ik overigens professioneel en snel verwijder), is het gedaan met mijn rust!!

Als enige ‘tekenpikker’ in het gezin is zelfhulp geboden. Maar er zijn ondergelegen gebiedjes waar ik geen adequate verwijderingsoperatie kan uitvoeren!
Een spiegel, voldoende licht én een positie voor een doeltreffende actie, blijken in combinatie onmogelijk.

Ondanks onze bestendige, jarenlange en liefdevolle relatie merk ik toch een bepaalde gêne om mijn lief te vragen een gedegen onderzoek in te stellen naar mogelijk ongenode en vasthoudende gasten in mijn intieme zones.
Bovendien zou hij het, in geval van tekenalarm, bij de diagnose moeten laten; hij kan ze niet verwijderen.
Oefening baart kunst en ik kan nu met een spiegel een eerste inspectie uitvoeren. Bij twijfel rest me slechts één middel: de selfie…

Mijn advies aan eenieder die mijn aanpak ambieert: begin er niet aan!!
Ga bij twijfel naar een goede vriendin van dezelfde leeftijd (of ouder), of naar een arts, maar koester je droom van een nog enigszins kek onderkantje!!

Jeanette

Paardenmeisjes

Wij hebben: ‘De Paardenmeisjes’.
Onder andere een verleden ‘in de paarden’ bracht ons als vijftal weer samen.
In de bloei van onze sixties, proberen we in ieder geval éénmaal per jaar een paar daagjes bij elkaar te komen om te ‘levelen’ (hoe staan we ervoor in onze after-midlife-jaren), te kletsen over wérkelijk van alles en nog wat (dag- en avondvullend), iets te ondernemen en veel te lachen!
We doen het zonder mannen; wij kunnen dat…

We strijken neer in een nostalgisch arbeidershuisje op het Groningse platteland met overweldigende vergezichten.
H, paardenmeisjes-gastvrouw van dit uitje viert hier vakantie met haar lief, die voor deze gelegenheid een paar dagen naar huis is gestuurd.
Kwartier dus gemaakt en nadat de rest bagage, meegebrachte voorraden (veel) en drank (meer), binnen heeft gedumpt, genieten we buiten van het grandioze uitzicht, de warme zon en het heuglijke feit, dat we na een k-corona-jaar weer samen zijn.

We krijgen de waarschuwing vooral te letten op de enorme zwarte kat van de naastgelegen boerderij. Gehaaid heeft hij zijn jachtvelden verlegd naar het aanrecht van argeloze huurders, die deuren uitnodigend open laten staan; makkelijk scoren en rijke opbrengsten! Terwijl we dit gevaar bespreken, komt zwartjoekel doodgemoedereerd naar buiten lopen. Gelukkig zonder ‘prooi’!
Vijf licht hysterische pogingen om hem voor ééns en áltijd te verjagen leveren slechts een arrogant opgetrokken zwarte wenkbrauw op. Hij verdwijnt rustig in het struikgewas.

Onderzoek levert een stuk aangevreten geitenkaas/fenegriek op; de gesealde verpakking bleek geen enkel probleem.
Terug buiten trekt H al briesend de voordeur dicht.
“O-o!”, klinkt het benepen en ik zie H met de ring van de voordeur in de hand staan… los…
Aan de ring bungelt de afgebroken staaf, die het poortslot moet ontgrendelen als je naar binnen wilt…
Nadat we zijn uitgelachen, dringt toch de ernst van de zaak door; álles ligt veilig achter slot en grendel. Zelfs onze telefoons!
Wellicht hebben de buren een reservesleutel?

Even later komt de buurman aangewandeld om ons, lichtelijk verontruste paardenmeisjes, met een paar stevig uitziende, ijzeren staven te helpen met het voordeurslot.
Een sleutel heeft hij niet, maar wel veel verstand van poortsloten met ring!
We prijzen buurman op voorhand de hemel in; redders moet je aanmoedigen! Groeiend in zijn rol, gaat hij stoer aan de slag.
Even later komt buurvrouw poolshoogte nemen; manlief bezig vijf dames te redden, kan lichte onrust veroorzaken bij het thuisfront.
Ondanks verwoede pogingen met verschillende staafmaten, blijft de voordeur potdicht!

Tijdelijke uitzichtloosheid prikkelt mijn lachspieren — soms bijna ongepast — en snikkend opper ik vrolijk wat alternatieve overnachtingen buitenshuis.
Maar buurman is niet voor één gat te vangen. Dapper beklimt hij het dak aan de achterzijde, waar een Velux raam toevallig niet vergrendeld blijkt (met dank aan M!!) Hij duikelt naar binnen en wordt met applaus ontvangen als hij even later door de voordeur naar buiten komt!
Trots meevarend op zijn succes, loodst buurvrouw haar lief toch resoluut huiswaarts, alwaar hij ook nog even de ring van de voordeur fikst!

Nadat akela J (zeer verdiende titel, terecht met verve gedragen), de dakpannen heeft teruggelegd, komen we tot de conclusie dat we dit als paardenmeisjes hádden kunnen ‘schaffen’…
zonder man…
toch?
Tevreden toosten we op de start van onze dagen samen!

Jeanette


PS, volgende blog over twee weken!

Volg en deel deze blog naar hart-en-lust
Via onderstaande links of op faceboook

Húp, 2, 3, 4!

‘Beter een goeie buur dan een verre vriend’, gaat niet in alle gevallen op.
Gelukkig zijn buurschappen op de camping meestal van tijdelijke aard en soms is dat buitengewoon prettig…
Heb geleerd dat je campingburen, naast een vriendelijk “goeiendag” in het voorbijgaan, in eerste instantie maar beter links (of rechts) kunt laten liggen.

Maar mijn altruïsme (zeer selectief…) is hardnekkig en zodra ik buren zie worstelen met wat voor probleem ook, denk ik dat een helpende hand onontbeerlijk is. Ik vul de ‘nood’ in en schiet te hulp.
Zo ook heden ochtend. Nieuw aangekomenen worstelen met de tochtstrook en wielflap. (moge duidelijk zijn: stroken waarmee je tocht van onder de caravan voorkomt)
Ik schat de leeftijd: aanmerkelijk grijzer, dus vast véél ouder dan ik… en loop ernaartoe.

“Komen jullie eruit?” vraag ik neutraal?
De blik van de heer des caravans spreekt boekdelen. “We hebben hier een grote, rustige plek gereserveerd, zodat we in alle rust de nieuwe voortent op kunnen bouwen zonder dat iedereen zich ermee bemoeit!”
“Mozes, wat een lul zeg!”, bid ik in stilte.
“Sorry, fröbel lekker verder samen. Het was goed bedoeld!” komt er ongemeend uit. Jammer genoeg draal ik nog even beleefd en gaat hij los als dé caravan-expert-bij-uitstek!

“Ik was ook één van de eersten met een mover!” ratelt hij zijn grootse triomf op kampeergebied op. “Zelfs de Duitsers hadden zoiets nog nooit gezien!”
“Goh!”, zeg ik terwijl ik me afvraag in welk Duits gat hij dan was neergestreken.
Ik verwijder mezelf langzaam uit zijn aura van zelfverheerlijking en herstel langzaam onder Y z’n liefdevolle nazorg.
Als ik hem ook nog met een meetlint aan beide kanten de exacte hoogte van het voortentdak zie bepalen, ben ik zielsblij met zijn botte afwijzing van hulp!

Even later brult hij als gesjeesde legercommandant om de 4 seconden een “Húp!!” waarna zijn vrouw braaf de pees van het dak een stukje verder door het railprofiel trekt…

Toch kun je niet altijd van het slechtste uitgaan.
Ooit zijn we onze naaste buren te hulp geschoten, om na veel zwoegen en zweten te ontdekken dat bij de voortentuitrusting het complete dak ontbrak!!
Kijk, en als je dáár dan de humor van inziet, mag je als troost bij ons aanschuiven om het verdriet te ‘verdrinken’ met een goed glas wijn (of meerdere…)

Het resulteerde in friends for life!

Jeanette

Volg en deel deze blog naar hart-en-lust
Via onderstaande links of op faceboook